Mijn benen zijn een zwarte verrekijker 1983 - 2008
|
|
|
|
|
Tijdens een wandeling in de herfst bedenk ik dat het toch wel raar is dat alle bladeren naar beneden vallen. In de ruimte zweeft immers alles. Is het misschien juister ervan uit te gaan dat het landschap een ravijn is waar alles tegenaan geplakt zit. |
|
|
Tweegesprek; waarom draait de zon om de aarde en niet omgekeerd. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Het interpreteren van het hemelgewelf begon in Tweestromenland, wat leidde tot kennis over de grootste natuurlijke kringloop. Te weten een ster die je vlak vóór zonsopgang ziet is na zeventig jaar precies één dag later te ontwaren in de ochtendschemering. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
In mijn droom rijd ik met de auto in Leiden, ga door een bocht dicht gevolgd door een vrachtwagen. Verdwijn in het water. De auto zinkt. Aan de kant kom ik zigeuners tegen. Later brengen ze mij de verzekeringspapieren van de verdronken auto. Opeens brengt een tractor een circuswagen op een landje. Ik loop er naar toe. Ga door een smalle deur naar binnen en zie aan de andere kant van de ruimte een weids landschap met grazende kuddes evenhoevige. Een klein hondje springt van de kar en jaagt de bizons op. Ze stuiven als gekken uit elkaar. Opeens springt er een verklede man in huid en bizonkop vanaf de kar het weiland in. Samen jagen ze de bizons op en samen komen ze terug op de kar. Ze hebben veel plezier. En opnieuw gaan ze ervandoor. Midden in het weidelandschap stopt hij, buigt zijn kop en doet zijn horens omlaag. Een grote ram voelt zich uitgedaagd en stormt op hem af. De koppen knallen tegen elkaar. De bizonman valt om en is dood. Iemand die voor me staat draait zich om en vraagt of ik het goed gezien heb en of ik het nog een keertje wil zien. Zie het hele tafereel nog een keer en word wakker. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Pas op je hoofd! Ontwijk de molenwiekende takken opdat licht en lucht door de harde houten armen niet worden weggeblazen. |



